DSM-5

De DSM-5 is de afkorting van “Diadnostic and Statitical Manual of Mental Disorder. Het is een handleiding voor psychiatrische aandoeningen.  De engelstalige versie van de DSM-V verscheen op 18 mei 2013 en de Nederlandstalige versie verscheen in april 2014. De DSM-5 was bedoeld om een eenheid te brengen in de vele interpretaties van diagnoses. Die eenheid was nodig om goed onderzoek te kunnen verrichten, maar ook dat alle behandelaars dezelfde criteria hanteren bij bepaalde begrippen zoals een depressie, bipolaire stoornis etc. De DSM is voortdurend in beweging en nieuw inzichten vanuit de wetenschap kunnen makkelijk in de DSM-5 worden opgenomen. 

De diagnostische classificatie is de officiële lijst van psychische stoornissen die is opgenomen in de DSM. Elk diagnose omvat een diagnostische code. Deze diagnostische codes zijn afgeleid van de International Classification of Diseases, Ninth Edition, Clinical Modification (ICD-9-CM).

Verschillen DSM-IV-TR en DSM-5

De DSM-5 is niet sterk gewijzigd van de DSM-IV-TR; er zijn echter een aantal significante verschillen tussen hen.Opmerkelijke veranderingen in de DSM-5 omvatten:

  • Een reconceptualisatie van het Asperger syndroom van een afzonderlijke stoornis tot een autismespectrumstoornis.
  • De eliminatie van subtypes van schizofrenie.
  • De schrapping van de “rouwuitsluiting” voor depressieve stoornissen.
  • Het hernoemen van genderidentiteitsstoornissen tot geslachtsdysforie, samen met een herzien behandelplan.
  • De inclusie van eetbuistoornissen als een discrete eetstoornis.
  • Het hernoemen en herconceptualiseren van parafilieën tot parafilische stoornissen.
  • Het verwijderen van het assysteem.
  • Het splitsen van aandoeningen die niet op andere wijze zijn gespecificeerd in andere gespecificeerde stoornissen en niet-gespecificeerde stoornissen .

Drie secties

De DSM-5 bestaat uit drie secties:

  1. Bevat uitleg en instructies voor gebruik, geeft algemene definities van psychopathologie en beschrijft de noodzaak van hulpvragen om de verschillende stoornissen in sectie 2 te kunnen toepassen. 
  2. Bevat de beschrijving van de stoornissen, onderverdeeld in verschillende categoriën;
  3. Bevat bijkomende maatregelen en modellen, beschrijft een aantal alternatieve modellen, o.a. voor persoonlijkheidsstoornissen en bevat een aantal vragenlijsten.

Sectie I

Sectie I beschrijft de organisatie van het DSM-5. Dit inleidende gedeelte beschrijft het proces inclusief  de ICD-systemen en de organisatiestructuren zoveel als mogelijk.

Sectie II

Elke categorie wordt afgesloten met “Overige varianten” en ” een ongespecificeerde variant “.  De hoofdcategorieën zijn hier  genummerd, maar dat is in het handboek niet gedaan.

1. Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen;

  • Intellectuele achterstand/intellectuele ontwikkelingsstoornis.
  • Communicatiestoornissen, waaronder taalstoornissen, spraakstoornissen, stoornis in vloeiend spreken bij kinderen, sociale en pragmatische communicatiestoornis.
  • Motorische stoornissen zoals ontwikkelingscoordinatiestoornissen, stereotypische beweginsstoornissen waaronder Tourette-syndroom
  • Autismespectrumstoornis: Geassocieerd met een bekende medische – , genetische – of omgevings conditie.  Geassocieerd met een andere neurale ontwikkelingsstoornis, geestesstoornis of gedragsstoornis. Mate van benodigde zorg. Met of zonder bijkomende intellectuele verslechtering, taalverslechtering. Met catatonie.

2. Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen;

  • Alle subtypes van schizofrenie werden verwijderd uit de DSM-5 ( paranoïde , gedesorganiseerde, katatonische, ongedifferentieerde en residuele ). 
  • Een belangrijke gemoedstoestandpisode is vereist voor schizoaffectieve stoornis (voor een meerderheid van de duur van de stoornis na het voldoen aan criterium A [gerelateerd aan wanen, hallucinaties, gedesorganiseerde spraak of gedrag en negatieve symptomen zoals avolitie]). 
  • Criteria voor waanstoornis zijn veranderd en het is niet langer gescheiden van de gedeelde waanstoornis. 
  • Catatonia vereist in alle contexten 3 van de in totaal 12 symptomen. Catatonia kan een aanduiding zijn voor depressieve, bipolaire en psychotische stoornissen; onderdeel van een andere medische aandoening; of van een andere specifieke diagnose.

3. Bipolaire en andere aanverwante stemmingsstoornissen;

  • Bipolaire stoornis I (van tijd tot tijd manisch), en Bipolaire stoornis II, (nooit uitgesproken manisch); Nieuwe gespecificeerde “met gemengde kenmerken” welke kan worden toegepast op bipolaire stoornis NED (niet elders gedefinieerd, voorheen “NOS” genoemd, niet anderszins gespecificeerd).
  •  Cyclothyme stoornis (met angst?)
  • Angstsymtomen  (“anxious Distress” genoemd) zijn toegevoegd aan de bipolaire stoornis en aan depressieve stoornissen (maar maken geen deel uit van de bipolaire diagnostische criteria).
  • Stof en/of door medicijn opgewekte bipolaire of verwante stoornis (met aanvang tijdens intoxicatie, of tijdens de onthouding ?)
  • Bipolaire of verwante stoornis ten gevolge van een andere medische conditie.

4. Depressieve-stemmingsstoornissen;

  • Ontwrichtende stemming ontregelende stoornis (disruptive mood dysregulation disorder DMDD) : Voor kinderen tot 18 jaar, om ze niet als bipolair te classificeren.
  • Zware (major) depressieve stoornis.
  • Aanhoud ende depressieve stoornis (dysthymie).
  • Premenstruele dysforie stoornis, slecht humeur stoornis.
  • Stof/medicijn opgewekte depressieve stoornis (met aanvang tijden s intoxicatie, of tijdens onthouding?)
  • Depressieve stoornis ten gevolge van een andere medische conditie.

5. Angststoornissen;

  • Paniekstoornissen en agorafobie zijn twee aparte stoornissen geworden.
  • Paniekstoornissen gepaard gaande met zweten, beven, benauwdheid, duizeligheid, pijn op de borst etc.
  • Separatie angststoornis, voorheen sociale fobie, zoals spreken in het openbaar.
  • Specifieke  fobieën voor bijvoorbeeld dieren, bomen, bloed, vuil etc.
  • Scheidingsangst stoornis en selectief mutisme zijn geclassificeerd als angststoornissen.
  • Agorafobie.
  • Gegeneraliseerde angststoornis.
  • Stof/medicijn opgewekte angststoornis (met aanvang tijdens intoxicatie, of tijdens onthouding?)
  • Angststoornis ten gevolge van een andere medische conditie

6. Obsessieve-compulsieve en aanverwante stoornissen;

  • Obsessieve-compulsieve stoornissen heeft vier nieuwe stoornissen: Trichotillomania (haarplukdrang); Velletjesplukdrang (excoriation); Bewaardwang (hoarding disorder) het zogenaamde hamsteren;  Obsessief – compulsieve en aanverwante stoornissen, opgewekt door een stof of medicijn.
  • Body dysmorphic disorder, denkbeelden over misvormd eigen lichaam.  

7. Trauma- en stressgerelateerde stoornissen;

  • Posttraumautische stressstoornis (PTSS), is een aparte stoornis geworden; Trauma- en stressgergerelateerde stoornissen”.
  • PTSD is gereorganiseerd en uitgebreid.
  • Reactieve hechtingsstoornis; van kind naar ouders.
  • Ontremde contactleggingsstoornis; van kind naar een vreemde.
  • Posttraumatische stress stoornis voor kinderen ≤ 6 jaar, hier zijn aparte criteria’s voor toegevoegd.
  • Acute stresstoornis.
  • Aanpassingsstoornissen

8. Dissociatieve stoornissen;

  • Depersonalisatiestoornis.
  • Derealisatiestoornis.
  • Derealisatiestoornis.
  • Dissociatieve identiteitsstoornis  al dan niet met vlucht

9. Somatische-symptoomstoornis en aanverwante stoornissen;

  • Somatische en aanverwante stoornissen.
  • Somatische symptoomstoornis; patiënten met chronische pijn kunnen onder deze noemer worden gediagnosticeerd. Maar ook met een aanpassingsstoornis of psychologische factoren.
  • Angst voor een ziekte.
  • Conversiestoornis
  • Psychologische factoren die andere medische condities beïnvloeden.
  • Gesimuleerde stoornis, komend vanuit jezelf of door een ander opgelegd.

10. Voedings- en eetstoornissen;

  • Pica en herkauwers, oneetbare dingen eten (zoals sponzen, haar, nagellak): kunnen gediagnosticeerd worden bij  volwassenen maar ook bij kinderen.
  • Rumineren, overgeven van eten, het terug laten komen in de mond, herkauwen, doorslikken of het uitspugen van voedsel. 
  • Vermijdende of beperkte voedselinname.
  • Anorexia nervosa. (Afbeelding Isabelle Caro, frans model, overleden in 2010, aan de gevolgen van Anorexia)
  • Boulimia nervosa: Moet voldoen aan de criteria: “minstens twee keer per week gedurende 6 maanden tot minstens één keer per week gedurende de laatste 3 maanden”.
  • Vraatzucht (binge eating).
  • Voedingsstoornis vanaf de kleutertijd of vroege kinderjaren: Vermijdende of beperkte voedselinname. 

11. Stoornissen in de zindelijkheid;

  • Bed en/of broekplassen (enuresis). Dit kan alleen in de nacht, overdag of beiden. 
  • Bed  en/of broekpoepen (encopresis). Met of zonder verstopping of incontinentie.

12. Slaap-waakstoornissen;

  • Slapeloosheidsstoornis
  • Narcolepsie
  • Ademhalingsgerelateerde slaapstoornis: Obstructieve slaapapneu(Hypokneu) dit houdt in ademtekort tijdens de slaap; Hypoventilatie.
  • Circadiaanse slaap en waakritme stoornis. 
  • Snelle slaapbewegingen van het slaapgedrag en het restlessleggsyndroom, het overmatig bewegen van de benen tijdens de slaap. 

13. Seksuele disfuncties;

  • Erectiestoonis.
  • Voorbarige zaadlozing.
  • Mannelijke onder actieve seksuele begeerte.
  • Stof en/of medicatie veroorzaakte seksuele disfunctie.
  • Stoornis in het vrouwelijk orgasme.
  • Genitaliën – bekken pijn tijdens de  penetratie, penetratiestoornis, vaginisme.
  • Stoornis in vrouwelijke seksuele interesse en opwindingsstoornis.

14. Geslachtsdystrofie;

  • Geslachtsidentiteit dysforie bij volwassenen die gepaard gaat in de seksuele ontwikkeling bij volwassenen.
  • Geslachtsidentiteit dysforie bij volwassenen na geslachtsverandering.
  • Geslachtsidentiteit dysforie bij kinderen die gepaard gaan met een stoornis in de seksuele ontwikkeling.

15. Disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen;

  • Antisociale persoonlijkheidsstoornis.
  • De Symptomen voor oppositionele opstandige stoornis zijn uitgebreid met: Boos/prikkelbaar humeur; argumentatief/opstandig gedrag; wraakzucht.
  • Gedragsstoornissen die in de kindertijd begonnen zijn kunnen gediagnostiseerd worden met intermitterende explosieve stoornis zonder uitbarstingen van fysieke agressie.
  • Regelmatige woedeuitbardstingen.
  • Pyromanie.
  • Kleptomanie.

16. Drugs en aan andere middelgerelateerde en verslavingsstoornissen;

Je kunt een onderscheidt maken in stof en niet stof gerelateerde afhankelijkheid.

  • Gokstoornis.
  • Tabaksgebruikstoornis.
  • Coffeïnegerelateerde stoornissen.
  • Stimulantiagerelateerde stoornissen, overmatig gebruik, vergiftiging. onthouding;
  • Drugsmisbruik
  • DSM-5-substantie-afhankelijkheden omvatten:
    • 90 Alcoholverslaving.
    • 304,00 Opioïde afhankelijkheid.
    • 10 Sedatieve, hypnotische of anxiolytische, afhankelijkheid (waaronder benzodiazepine-afhankelijkheid en afhankelijkheid van barbituraten).
    • 20 Cocaïneverslaving.
    • 30 Cannabisafhankelijkheid.
    • 40 Amfetamine-afhankelijkheid (of amfetamine-achtig).
    • 304,50 Hallucinogene afhankelijkheid.
    • 60 Inhaleringsafhankelijkheid
    • 80 Polysubstantie-afhankelijkheid
    • 304,90 Phencyclidine of fencyclidine-achtige afhankelijkheid.
    • 90 Andere (of onbekende) substantieafhankelijkheid.
    • 10 Nicotineafhankelijkheid.

17. Neurocognitieve aandoeningen;

  • Delirium: Door stofvergiftiging, stofonthouding, medicatie, andere medische conditie, meerdere oorzaken; acuut of aanhoudend.
  • Alzheimer
  • Frontale temporale afwijkingen.
  • Lewy Bodies, ophopende eiwitten in de hersencellen.
  • Vaatproblemen.
  • Ziekte van Parkinson.
  • Ziekte van Huntington.
  • Ziekte van Prion, misvormd eiwit.
  • Traumatische hersenbeschadiging.
  • HIV infecties.
  •  Zware en milde neurocognitieve stoornissen of meervoudige oorzaken.

18. Persoonlijkheidsstoornissen.

  • Cluster A ( zonderling, excentriek): Paranoïde; Schizoïde; Schizotypisch.
  • Cluster B (dramatisch, emotioneel, grillig): Antisociaal; Borderline; Theatraal; Narcistisch.
  • Cluster C (angstig): Vermijdend; Afhankelijk; Obsessief – compulsief
  • Overige: ten gevolge van een medische conditie zoals: labiel, ontremd, agressief, apathisch, paranoïde, gecombineerd gedrag …

19. Parafiele stoornissen seksuele afwijkingen;

  • De navolgende criteria’s zijn toegevoegd bij alle parafillische aandoeningen: in een gecontroleerde omgeving en in remissie.
  • Er wordt een onderscheidt gemaakt tussen seksuele afwijkingen, seksuele stoornissen en seksuele gedragingen.
  • Voyeurisme.
  • Exhibitionisme zowel naar volwassenen als naar kinderen.  
  • Frotteurisme (heimelijke seksuele aanrakingen).
  • Seksueel masochisme ( met verstikking?).
  • Seksueel sadisme.
  • Pedofiele stoornis en tevens je aangetrokken voelen tot volwassen,   eigen en/of andere sekse?, Incest maar ook buiten familiale banden.
  • Fetisjisme ( lichaamsdelen, voorwerpen, overige?)
  • Travestie al dan niet met fetisjisme? Opgewonden raken door het idee of beeld  om vrouw te zijn.
  • Overige zoals: necrofilie, zoöfilie, coprofilie, etc.
20. Bewegingsstoornissen en andere bijwerkingen van medicatie;

Opgeroepen door neuroleptica, door snel stoppen met antidepressiva, slaaptabletten, valium ets. o

Neuroleptica kunnen opwekken: Parkinsonachtige beelden, maligne syndroom, acute dystonie (spiersamentrekkingen), acute akathisie (rusteloze bewegingen), tardieve dyskenisie (onwillekeurige  bewegingen van de tong, onderkaak etc.), tremors.

21. Andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.

  • Relationele problemen:
    • Met betrekking tot gezin van herkomst.
    • Met betrekking tot primaire steungroep.
  • Misbruik en verwaarlozing:
    • Kinderen:
      • Fysiek en/of seksueel misbruik van kinderen: feitelijk of vermoed.
      • Verwaarlozing van kinderen:feitelijk of vermoed.
      • Psychologische mishandeling van kinderen.
    • Volwassen:
      • Fysiek geweld tegen partner:feitelijk of vermoed.
      • Seksueel geweld tegen partner: feitelijk of vermoed.
      • Verwaarlozing van partner: feitelijk of vermoed.
      • Psychologische mishandeling van partner: feitelijk of vermoed.
      • Mishandeling door een niet – partner.
  • Onderwijs en werkproblemen.
  • Huisvesting – en economische problemen.
  • Andere problemen met betrekking tot de sociale omgeving.
  • Problemen met misdaad of met het rechtssysteem:
    • Slachtoffer.
    • Veroordeling.
    • Hechtenis.
    • Ontslag uit hechtenis.
  • Andere GGZ – contacten voor counseling en medisch advies:
    • bijvoorbeeld Counseling voor seksuele problemen.
  • Andere psychosociale, persoonlijke of omgevingsproblemen:
    • Religies.
    • ongewenste zwangerschap.
    • Ongelijkheid.
    • Hulpverleners.
    • Terrorisme.
    • Rampen.
    • Oorlog.
    • Vijandelijkheden.
  • Overige omstandigheden van de persoonlijke levensgeschiedenis:
    • Trauma.
    • Zelfverwonding.
    • Militaire inzet.
    • Overig risicofactoren.
    • Levensstijl.
    • Antisociaal gedrag.
    • Onbereikbaarheid van gezondheidszorg.
    • Ontrouw aan medische behandeling, ook obesitas, simulatie, zwerven, zwakbegaafdheid.

 Sectie III

 

Bevat bijkomende maatregelen en modellen, beschrijft een aantal alternatieve modellen, o.a. voor persoonlijkheidsstoornissen en bevat een aantal vragenlijsten.

Beschrijvende tekst

Elke stoornis wordt aan de hand van beschrijvende tekst toegelicht. Deze beschrijvende tekst van de DSM-5 biedt informatie over elke stoornis en vallen onder de volgende rubrieken:

  • diagnostische kenmerken;
  • bijkomende kenmerken die de classificatie ondersteunen;
  • subtypen;
  • prevalentie;
  • ontwikkeling en beloop;
  • risico- en prognostische factoren;
  • cultuur- en classificatie;
  • gender en classificatie;
  • gevolgen voor het functioneren; en
  • differentiële diagnostiek.

 

Bron: Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-V) vertaald vanuit het engels door: Michiel W. Hengeveld

Copyright © Alle rechten zijn voorbehouden aan de maker van deze website: Choosewise.nl.