DSM-IV

In de DSM-IV van de American Psychiatric Association bestaat uit vijf assen en drie clusters  en een stoornis omschreven als Niet Anderszins Omschreven.

De vijf Assen

  1. AS 1 Klinische stoornissen
  2. AS 2 Persoonlijkheidsstoornissen
  3. AS 3 Somatische aandoeningen
  4. AS 4 Psychosociale factoren en omgevingsfactoren
  5. AS 5 GAF-score

Ad 1. AS 1 Klinische stoornis;

  • Stoornis in de kindertijd.
  • Delirium, dementie en amnestische en andere cognitieve stoornissen.
  • Psychische stoornissen door een somatische aandoening.
  • Aan een middel gebonden stoornissen.
  • Schizofrenie en andere psychotische stoornissen.
  • Stemmingsstoornissen.
  • Angststoornissen.
  • Somatoforme stoornissen.
  • Nagebootste stoornissen.
  • Dissociatieve stoornissen.
  • Seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen.
  • Eetstoornissen.
  • Dissociatievestoornissen.
  • Stoornissen in de impulsbeheersing.
  • Aanpassingsstoornissen.
  • Andere aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.

Ad. 2. AS 2 Persoonlijkheidsstoornissen;

  • Borderline persoonlijkheidsstoornis.
  • Paranoïde persoonlijkheidsstoornis.
  • Schizoïde persoonlijkheidsstoornis.
  • Schizotypische persoonlijkheidsstoornis.
  • Antisociale persoonlijkheidsstoornis.
  • Theatrale persoonlijkheidsstoornis.
  • Narcistische persoonlijkheidsstoornis.
  • Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis.
  • Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis.
  • Obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis.
  • Persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven (NAO)
  • Uitgesteld/geen persoonlijkheidsstoornis.

Zwakzinnigheid (stoornissen in de kindertijd)

  • Lichte zwakzinnigheid
  • Matige zwakzinnigheid
  • Ernstige zwakzinnigheid
  • Diepe zwakzinnigheid
  • Zwakzinnigheid, ernst niet gespecificeerd.

De drie clusters en persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven

  1. Cluster A:Paranoïde, schizoïde, schizotypisch

Dit vreemde en excentrieke cluster valt op door het onvermogen tot sociale interactie met anderen. Personen met een stoornis uit dit cluster kunnen gebukt gaan onder waandenkbeelden en zijn vaak een grote last voor hun omgeving.

  1. Cluster B: Theatraal, Narcistisch, anti-sociaal, borderline

Dit dramatische en emotionele cluster valt niet zo snel op. Zij lijken vaak juist heel normaal, charmant en proberen de schijn op te houden.

  1. Cluster C: Ontwijkend, afhankelijk, obsessief-compulsief.

Dit betreft het angstige cluster en deze personen vallen ook niet zo op, omdat zij zich terugtrekken en niemand tot last willen zijn. Zij hebben meer sociale angst voor verlating, zelfstandigheid, faalangst en ook perfectionisme zijn kenmerkend voor dit cluster.

  1. Persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven.

Persoonlijkheidsstoornissen die eigenlijk niet in te delen zijn, worden als niet anderszins omschreven (NAO). Vaak is er sprake van een combinatie van symptomen uit andere stoornissen.

De beschrijving van 10 categorieën werd door velen als discutabel beschreven. Er werd in de DSM-IV beschreven dat mensen die lijden aan een persoonlijkheidsstoornis per definitie anders zijn als “normale” mensen.

Ontstaan/Factoren

Er is vooralsnog niet helemaal duidelijkheid over het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis. Er zijn wel drie factoren die de persoonlijkheid vormen. De oorzaak van een stoornis is altijd wel terug te vinden in een combinatie van deze factoren en die van invloed waren op de ontwikkeling daarvan.

  • Biologische factoren: Erfelijke aanleg. Iedereen wordt geboren met een aantal karaktertrekken die genetisch bepaald zijn. Door ziekte of een ongeluk kan karakterverandering optreden.
  • Psychologische factoren: Opvoedkundige en emotionele verwaarlozing, trauma’s die in de kinderjaren zijn ontstaan (misbruik, mishandeling, verlating)
  • Sociale factoren: Gezinsomstandigheden, maatschappelijke positie en levensstandaard (scheiding, nieuwe baan, faillissement).

 

Copyright © Alle rechten zijn voorbehouden aan de maker van deze website: Choosewise.nl.