DSM

Wat is DSM?

DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Het is een Amerikaans handboek, uitgegeven en opgesteld door de American Psychiatric Association en wordt gebruikt voor het bepalen van diagnose en statistiek met betrekking tot psychische aandoeningen. In veel landen wordt de DSM gezien als de standaard in de psychiatrische diagnostiek.

In de DSM staan vooral uitspraken over de belemmering in het dagelijks functioneren van personen met een stoornis op zowel persoonlijk, sociaal, beroepsmatig en relationeel vlak.  De DSM is in het leven geroepen om onderlinge vergelijking van (groepen) patiënten mogelijk te maken door ondubbelzinnige definities op te stellen waaraan iemand moet voldoen om in een bepaalde groep te vallen.

Voordat de DSM werd opgesteld bestond er internationaal gezien behoorlijk wat spraakverwarring in de literatuur over psychische aandoeningen. Verschillende termen werden door verschillende auteurs anders ingevuld. Met behulp van de DSM kan meer eenheid gebracht worden in gestelde diagnosen.

In de DSM staat per syndroom/ziektebeeld precies omschreven welke symptomen zich voor kunnen doen en hoeveel symptomen iemand moet hebben voordat er sprake kan zijn van een bepaalde stoornis.

Geschiedenis DSM

De DSM bestaat al zo’n 60 jaar! Het is in deze 60 jaar geëvolueerd van de DSM I tot en met de DSM IV.  

Door de jaren heen zijn de volgende versies verschenen:

  • DSM-I (1952)
  • DSM-II (1968)
  • DSM-III (1980)
  • DSM-III-R (1987)
  • DSM-IV (1994)
  • DSM-IV-TR (2000)
  • DSM-V ingevoerd op 18 mei 201ë

Afhankelijk van het model en de indeling, biologische of theoretisch, die door de professionals werden opstelt en gehanteerd, leidde dit tot weer andere indelingen, die weer door en naast elkaar werden gebruikt. Decennialang werd het onderzoek naar de diagnostiek en de behandeling van patiënten ernstig bemoeilijkt, doordat iedere onderzoeker zijn eigen invulling had van een bepaalde diagnostische term. Zo kon in het ene land een bepaalde benadering bij een bepaalde groep patiënten wel aanslaan maar in een ander land helemaal niet.

In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw kwam er kritiek op de lage onderlinge betrouwbaarheid van bepaalde diagnoses en op de te strikte afbakening van de grenzen tussen normaal en abnormaal gedrag waar deze in werkelijkheid veel vager waren. De noodzaak van een duidelijke en eenduidige diagnose leidde ertoe dat de meerderheid van de professionals in de geestelijke gezondheidszorg anders ging werken. Voortaan zou de voorlopige diagnose met een collega of een team worden besproken. Daarvoor moesten de gebruikte diagnostische termen voor allen dezelfde inhoud hebben.

In de geestelijke gezondheidszorg zijn klachten en symptomen van patiënten veelal vaag, complex en onsamenhangend, en wisselt de beoordeling van de ernst ervan sterk met de beoordelaar. Verder zijn er verschillende theorieën mogelijk over een zelfde term.

Om te pogen in deze chaos orde te scheppen is de DSM ontstaan, met zoveel succes dat het inmiddels in zijn vijfde versie over nagenoeg de gehele wereld wordt gebruikt. Een internationale groep psychiaters, psychologen en epidemiologen kwamen voor de American Psychiatric Association samen om een handleiding voor het gebruik van diagnostische termen samen te stellen. Daarmee is niet gezegd dat de DSM perfect is: het blijft een vrij ruwe maatstaf, maar het is wel het meest gehanteerde classificatiemiddel dat er is.

Doel

Het doel van de DSM is om onderlinge vergelijking van (groepen) patiënten mogelijk te maken door ondubbelzinnige definities op te stellen waaraan iemand moet voldoen om in een bepaalde groep te vallen.

De DSM doet vooral uitspraak over de belemmering in het dagelijks functioneren (persoonlijk, relationeel, sociaal, beroepsmatig).

 

Copyright © Alle rechten zijn voorbehouden aan de maker van deze website: Choosewise.nl.