Kinderen

“Haal niet de lach van het kindergezicht af”

Dit was een zin welke ik regelmatig tegen mijn ex-partner zei………….Want hij haalde de lach van het gezicht van een kind af, letterlijk. Hij kon niet tegen gelach en owee als de kinderen begonnen te schateren van het lachen dan zorgde hij er wel voor dat zij daarmee stopte. Het kind mocht niet meer vrolijk zijn, het mocht niet meer lachen en al helemaal geen humor laten zien. Het leek er eerder op dat hij liever trieste gezichtjes zag in plaats van vrolijke en uitbundige. Ik prefereer toch het laatste. Heerlijk toch die vrolijkheid, het gelach en het plezier dat zij hebben, daar kan je toch intens van genieten. Ik krijg het daar warm van en voel de liefde voor mijn kinderen door mijn lichaam stromen…….

Hij niet, hij haalde “de lach van het kindergezicht af” Waarom mag Joost weten, waarschijnlijk vanwege innerlijke frustratie. De kinderen mochten veel niet, en wat niet:

  • De kinderen werden niet in hun waarde gelaten;
  • Zij mochten niet hun eigen identiteit ontwikkelen;
  • De kinderen mochten niets zeggen;
  • Zij mochten niet spelen:
  • De vader was de baas, als hij dit niet zei dan liet hij dit wel merken;
  • Als hij iets zei dan moesten zij zwijgen;
  • Verboden woorden…zoals: “Ik wil”, “mag ik”…… “nee” volgens hem mochten zij niets, het enige wat zij mochten was naar hem luisteren;
  • Hij accepteerde geen weerwoord, alleen maar “Ja” en “Amen” en vooral nederigheid en onderdanigheid;
  • Wil je in een goed blaadje komen bij hem dan moest je jezelf als kind al volledig weg cijferen en hem plezieren. Dan kon je een compliment krijgen. En wat wil een kind heel graag…..een compliment krijgen en daar heeft het veel voor over:
  • Hij kon 1 kind helemaal ophemelen en de ander helemaal de grond in stampen. 
  • Het kind dat opgehemeld werd kon hij motiveren om het andere kind verder mee de grond in te stampen en dan te complimenteren voor dat gedrag.

Als je als ouder zijnde een psychisch probleem hebt is dat voor een kind heel moeilijk, moeilijk om daarmee om te gaan. Het kind ziet niet anders en beschouwd dat gedrag aanvankelijk als normaal. Kinderen die opgroeien met dit soort ouders worden KOPP, “Kind van Ouder met Psychische Problemen”, of KVO, “Kind van Verslaafde Ouder”, genoemd. De gevolgen van het opgroeien met een psychisch zieke of verslaafde ouder zijn vaak groot en niet te overzien. Deze kinderen zijn vaak kwetsbaar en hebben in het algemeen al aanleg  voor psychische of zelfs psychiatrische problemen. Hier kan erfelijkheid ook een rol in spelen. Als het kind hiernaast ook nog eens zelf voortdurend in aanraking komt met instabiliteit, drank en drugs of zelfs geweld of seksueel misbruik, dan wordt het alleen maar nog moeilijker. Voor de buitenwereld kunnen ze zich echter lang groot houden. Het kind staat in de overlevingsmodus en kent geen ander voorbeeld. Het kind is niet anders gewend. Het kind denkt niet aan zichzelf, het heeft geleerd om alleen maar aan de ander te denken. Dit heeft ook weer gevolgen voor hun verdere ontwikkeling. Kinderen kunnen hierdoor hechtings- of relatieproblemen ontwikkelen. Dit veroorzaakt vaak ook weer problemen en voordat je het weet komt een kind in een vicieuze cirkel te zitten.  In sommige ernstige situaties kunnen kinderen  uit huis geplaatst worden door bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg.

Wat kan werken voor kinderen van ouders met psychische problemen?

Kinderen van ouders met psychische problemen, “KOPP-kinderen” hebben zoals hierboven staat omschreven een verhoogd risico om zelf ook psychische problemen te ontwikkelen. Door tijdig de juiste hulpverlening in de schakelen kan dit risico verkleint worden. 

Hulpverlening

Door de toegenomen bewustwording van de behoeften van “KOPP-gezinnen”  heeft het afgelopen decennium geleid tot de ontwikkeling van verschillende vormen van hulpverlening voor deze doelgroep.  

  • Hulpverlening dat gericht is op het hele gezin;
  • Hulpverlening dat gericht is op de jeugdige zelf;
  • Hulpverlening dat gericht is op de ouder zelf;
  • Hulpverlening dat gericht is op de ouder(s) en de ouder-kind relatie.

Hulp dat gericht is aan de ouders kan de behandeling van de ziekte of de verslaving van de ouder omvatten. Maar het kan ook gericht zijn op het ondersteunen in de opvoedingstaken en het adviseren daarin. Hulpverlening dat gericht is op de ouder-kind relatie is gericht op het verbeteren en het versterken van de relatie. Vaak zijn hier helaas reeds vroeg hechtingsproblemen ontstaan en dat heeft gevolgen voor later wanneer het kind zelf relaties aangaat. Hulpverlening dat gericht is op het hele gezin richt zich in het algemeen op het informeren en ondersteunen van het kind en het verbeteren van de ouder-kind interactie. Ook tracht men een ondersteuningsnetwerk rondom het gezin op te bouwen. Hulpverlening dat gericht is op de jeugdige zijn veelal bedoeld om KOPP-kinderen te ondersteunen, te begeleiden en om hen te informeren zodat zij hun competenties versterken en/of verbeteren. Op deze wijze wordt de belasting van het kind verminderd. Ook een weerbaarheidstraining kan hierbij voor het kind zeker van pas komen.

Weerbaarheidstraining

Voor kinderen heb je verschillende soorten trainingen en ieder heeft zo zijn eigen voorkeur. Een aantal weerbaarheidstrainingen zijn:

  • Weerbaarheidstraining voor verschillende leeftijdscategorieën;
  • Marietje Kessels project;
  • Rots en Water:
  • Stad van Axen.

Wat werkt?

De hulpverlening dient in te spelen op de risicofactoren die een rol spelen in het ontstaan van problemen bij “KOPP-kinderen”. Helaas is er te weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de hulpverlening in het gehele traject alwaar het hele gezin onderdeel vanuit maakt. Het beschikbare onderzoek is veelal methodologisch zwak waardoor er geen harde conclusies getrokken kunnen worden over de effectiviteit van interventies bij deze doelgroep. De hulpverlening welke alleen gericht is op de ouders pakken de stoornis of de ziekte van de ouder aan. In de literatuur wordt aangeraden om een integraal aanbod aan te bieden. De aanpak is dan niet alleen gericht op de ouder, maar ook op de ouder-kind relatie en de omgevingsfactoren van het hele gezin. Psycho-educatie lijkt  in de hulp aan “KOPP-gezinnen” het meest effectief te zijn.

Maar, wat wordt gedaan als de ouders in een scheiding of vechtscheiding verkeren. Of wanneer een persoonlijkheidsstoornis is vastgesteld of  niet is vastgesteld maar waarvan je zeker weet dat hij/zij het heeft!! 

  • Wordt de hulp dan verder voortgezet, bij een vechtscheiding, of alsnog verplicht gesteld.
  • Of heeft de ouder die een persoonlijkheidsstoornis heeft zoiets van “Fuck you all”, ik doe wat ik zelf wil.
  • Hoe zit het dan met het kind/de kinderen!!
  • Wordt dan het kind verder aan zijn lot over gelaten!!
  • Persoonlijk vind ik dat de hulp dan verder voortgezet moet worden.
  • Goede hulpverlening die gericht is op het gezin, gescheiden of niet, verkerend in een vechtscheiding of niet, desnoods met een uitspraak van de rechtbank. Maar dan bedoel ik ook echte goede hulpverlening.
  • Hoe triest maar waar, schiet het daarin tekort. Echte goede hulpverlening is schaars en vaak ver te zoeken.
  • De hulpverlening moet het gezin ook daadwerkelijk goed helpen en niet behandelen volgens een standaardmodule.
  • Behandeling gericht op het gezin, individueel, kijken wat het gezin, het individu nodig heeft en daar op inspelen. 
  • De hulpverlening dient positief te sturen en vanuit diverse invalshoeken de situatie te bekijken. 
  • Open te staan voor de mening van de ouders, verzorgers en duidelijke uitleg te geven.

Copyright ©  Alle rechten zijn voorbehouden aan de maker van deze website: Choosewise.nl.